De Bovenkamer - Blog


Bonnefooi
9 maart 2017

In de kelder staat een kast, in die kast zit een laatje en in dat laatje bewaren wij aankoopbonnen en garantiebewijzen.
Omdat wij ons huis gaan verkopen, moest ik in dat laatje op zoek naar de factuur van de kunststof kozijnen. Die had ik nodig om het energielabel in orde te maken.
Ik trok het laatje uit de kast en nam het mee naar boven. Het doorspitten werd een tijdreis.

Tosti-ijzer, stofzuiger, aquariumpompje. De bovenste bonnen en bewijzen deden me niet zo veel. Racefiets, tondeuse, grasmaaier. Mannenzaken. Dan: de bon van de tent. Ineens is het zomer. Twee weken met z’n vieren tussen een paar stokken onder een lap katoen. Rondslingerende flessen zonnebrand, over elke stoel een natte handdoek, her en der een blikje Radler als wespenvanger. De mooiste tijd van het jaar.
Ik bekijk het instructieboekje van de loopfiets van onze zoon en zie hem door de straten stuiven. Vaart maken, dan die stevige beentjes de lucht in en lachen als een dolle. ‘Lowefiets’ noemde zijn zus die van haar, bedenk ik me terwijl ik verder graaf en de kassabon van haar eerste driewieler vind.
April 2009. Mijn ouders, hun blije kleine kleindochter en ik. Op weg naar een Eindhovense fietsenhandel. We hebben de auto een eind verderop geparkeerd en lopen het laatste stuk. Vandaag is het niet mijn vader voor wie we het tempo wat laten zakken, maar mijn moeder die ons niet kan bijbenen. Dat is vreemd. Maar eenmaal in de winkel, waar mijn dochter al snel niet meer uit het zadel van haar aanstaande rijtuig te hijsen is, verdwijnt die gedachte naar de achtergrond. Een paar weken later vertelt de oncoloog dat hij niets meer voor mijn moeder kan doen. Dat het een kwestie is van tijd rekken. Eind oktober omhels ik haar voor het laatst. Dat staat allemaal op die kassabon. De garantie is allang verstreken, maar dat papiertje gaat terug het laatje in.


Zijweg
31 januari 2017

Terug- en vooruitblikken, mag dat eigenlijk nog? Of is dat na Drie koningen verboden?
Ach wat, dit is toch zeker mijn blog.

Let op: zijweg

Vorig jaar rond deze tijd bekroop mij het welbekende ‘Is dit het nou?’. Dat had niets met het thuisfront te maken, niets met mijn werk en ook niets met mijn nieuwe leeftijd. Veertig is het nieuwe dertig. Wat scheelde er dan aan?

Ik wilde wel weer eens aan iets nieuws beginnen. Een zijweggetje inslaan. Ergens kinderlijk enthousiast over raken. Ik hield steeds een beetje aandacht over. Waar kon ik die eens op gaan richten?

*denkt na*


In de eerste en tweede klas van de middelbare school had ik tekenles. Vanaf de derde moest dat vak wijken voor scheikunde. Waarom? Daarom, zei de rector. Had ik aanleg voor scheikunde? Bepaald niet. Voor tekenen wel? In ieder geval meer. En meer interesse.

Juli 2016, een kwart eeuw na mijn laatste tekenles op school. Google, Google aan de wand, waar vind ik een tekendocent in Gelderland? En Google zei: ga naar Selma op de Gorterplaats. Dus daar sta ik nu elke week achter een ezel, met in mijn linkerhand een houtskooltje en in de rechter een kneedgum. Drie uur lang gaat mijn aandacht nergens anders naar uit.
Ik ben al veel wijzer geworden. Over donker en licht, over muggen en olifanten, over snotgootjes en neusgaten. En over mezelf. Ik leer graag, maar maak liever geen fouten. Terwijl ik heus wel weet dat fouten maken juist leerzaam is. Net als af en toe een stapje terug doen om te kijken of het eigenlijk wel klopt wat je aan het doen bent. Ook dat vind ik nog lastig. Ik ga liever doorrrrr.

In het tekenen heb ik mijn zijweggetje gevonden. En het is alsof ik de jackpot heb gewonnen, want niet veel later stuitte ik opnieuw op zo'n mooi paadje. Tijdens het hardlopen.

In oktober deed ik mee aan de Devil’s trail in de Drunense Duinen. Officieel 22 kilometer door bos en stuifzand, maar volgens mijn gps-horloge net iets verder; 23.400 meter. Ik had niet eerder zo’n zware en lange route gelopen en niet eerder was de euforie zo groot bij het passeren van de finish. Endorfine, serotonine, dopamine, ik weet niet wat er allemaal vrijkwam, maar het smaakte naar meer. Dus daar in de duinen besloot ik: ik ga het hardop zeggen. Ik ga het doen. Ik. Ga. Een. Marathon. Lopen. In 2017. Dat spookte al een tijdje door mijn hoofd, maar ik durfde het nooit uit te spreken. Veel te bang voor de kilometers. Ik vind het er nog steeds veel, maar durf me er inmiddels op te verheugen. 15 oktober, Amsterdam.

Ik ben Churandy Martina niet, maar ik ben blij! Ik schrijf, ik schrap, ik kijk, ik zie, ik teken, ik gum, ik ren, ik ben. Zoiets. Mijn aandacht komt helemaal niets tekort in 2017. One down, eleven to go.


Door het slijk
15 juni 2016

Mag ik eerst even kijken? Nee, zegt de glijbaanman. Kijken is zitten en zitten is gaan. Kom maar. Armen gekruist voor je, kin op de borst. Ik geef je een duw en beneden wil ik een duim zien.
Ik wil dit. Heel graag. Mijn mede-Viking is al weg. En daar ga ik. Keihard de tien meter hoge, bizar steile Fjord Drop af om twee seconden later mijn duim op te steken. Oorah!
We rennen een stuk langs de waterlijn, leggen een zandzak in onze nek, sjouwen die een meter of wat over het strand en kijken elkaar aan. Hoe gaat ‘ie? Goed!
Op naar de volgende dan: een flinke steiger in het water. Erop klimmen, naar voren springen, rekstok grijpen, zwieren en de bel aantikken. Kan dat wel? Die stok hangt te hoog en te ver… Maar wacht: als het niet lukt beland ik vier meter lager in het water. En als het wel lukt ook. Gewoon maar doen dus. Hoppa. Hee, ik hang! Waar is de bel? O, daar was de bel. Jammer. Maar dit is leuk!
Onze eerste Strong Viking Obstacle Run is een kilometer of zes onderweg. We hebben onszelf al honderden meters door het slijk gehaald, duizenden meters lopen zwoegen met schoenen vol blubber, hoge en nog hogere muren geslecht, boomstammen versleept, hamers geworpen en schilden getorst. We hebben gerend, getijgerd, gezwommen, gekropen en geklommen. Alsof we niet kopje onder zijn gegaan in een bak ijswater, maar in een ketel toverdrank.
Kijk, daar weer een behoorlijk hoge steiger. Erop klimmen, eraf springen. Niets om over na te denken, gewoon doen. Met elk obstakel dat we te lijf gaan, neemt het ‘oorah’-gevoel toe.
Vooruit, niet álles gaat goed. Hangend aan de eerste sport van de monkey bars blijkt nog lang niet alle pap in onze armen omgezet in spiermassa. Aan een touw over het water naar de overkant: veel te zwaar. En de skatebaan omhoog sprinten gaat nog aardig, maar om het glibberige lijf bovenaan op het plateau te krijgen, zijn twee (!) sterke mannen nodig.
Het parcours is pittig, sommige obstakels zijn écht spannend en een paar niet te doen. Maar eenmaal op dreef maken zenuwen en angst plaats voor willen, moeten en kunnen. Oorah! Die kreet heeft het allemaal in zich.
Met het bestijgen van de grote trap, 13 kilometer en dik drie uur na de start, betreden we het Walhalla. De armen gaan de lucht in – voor zover dat nog lukt. We drinken een goddelijke Jupiler, laten ons gewillig een polsbandje omschuiven bij wijze van medaille en steken ons vol trots in het Strong Viking Finisher-shirt. We horen erbij. Vikingen zijn wij!


Door het slijk

Relax!
9 maart 2016

Mannen hebben meer vrije tijd dan vrouwen. Ze kunnen zich beter afsluiten van hun werk en zorgtaken dan vrouwen en zich beter ontspannen. Vrouwen brengen hun vrije tijd vaak zorgend en werkend door. Dat maakt dat zij zwaarder belast zijn, zich gejaagder voelen en minder tot rust komen.

Mannen leiden relaxter bestaan dan vrouwen. Met deze uitkomst van een SCP-onderzoek opende de Volkskrant gisteren. Niets nieuws onder de zon. Aardig wat mannen die ik ken zijn jaloersmakend goed in het ongestoord lezen van de hele krant en jassen er met het grootste gemak ongehinderd 45 minuten Match of the Day doorheen. Terwijl ik, als ik een groene grasmat zie, aan alle vergeten groente in de koelkast denk en me geroepen voel er toch nog iets van te maken.
Ik beklaag me niet hoor. Terwijl ik de aardappelschillen op de krant laat landen, scan ik de koppen en intro’s en de feestelijke tune van het Engelse voetbalprogramma is goed voor het humeur. Maar zorgen maak ik me wel. Dat komt door wat ik vannacht heb gedroomd.
Mijn beste vriendin stond op het punt om naar New York te gaan. Op het allerlaatste moment zei ze: ‘Ik heb een vliegticket over, ga mee!’ Een aanbod dat ik niet kon afslaan, maar dan moest ik nog wel vlug het een en ander doen. Opdrachtgevers om uitstel vragen, opvang regelen voor de kinderen, paspoort zoeken, koffer inpakken, biebboeken terugbrengen, tandartsafspraak verzetten.
Dus dat is wat ik deed.
In mijn droom!
Ontspannen is niet altijd makkelijk. En nu vrees ik de nacht die komen gaat: de acht uur durende vlucht in een krappe vliegtuigstoel...


Relax!

Schoenen aan en gaan
3 maart 2016

Hardlopen is niet mijn roeping. Niets in mij schreeuwde om kilometers te gaan maken. Toen ik mijn eerste blessure opliep, liet ik die het rennen bijna twee jaar lang in de weg staan. Tot de zomer van 2013. Ik draaide een nieuw beginnersschema uit en volgde braaf de trainingen. Twee minuten wandelen, twee minuten hardlopen, twee minuten wandelen, twee minuten hardlopen. Het ging niet snel en toch schoot het op. Tien kilometer, in de zak. Nog vijf erbij, moet lukken.
Ineens was de halve marathon binnen handbereik. Ik schreef me in voor die van Eindhoven, trip down memory lane. Ik zal niet zeggen dat ik ‘m fluitend uitliep, maar wat een kick!
Een paar weken later volgde mijn eerste Zevenheuvelenloop: prachtige route met veel publiek en muziek; één groot feest. Nu had ik de smaak écht te pakken.
In januari liep ik voor de derde keer een halve marathon. Die van Egmond. Ik had er zin in en zag er enorm tegenop. Zeven kilometer over het strand. Windkracht 7. Tegen. En dan ook nog regen. De zenuwen gierden door mijn lijf. Ik was er niet van overtuigd dat het me zou gaan lukken, maar juist die angst voor het parcours bleek mijn redding. De kilometers op het strand waren minder zwaar dan ik had gedacht. De regen maakte plaats voor een flauw zonnetje. Het felgekleurde lint van lopers door de duinen was prachtig en daar maakte ik deel van uit! Euforisch bereikte ik de finish in 2.06. Ik ben geen topatleet, maar voelde me zelden zo machtig.
Over twee weken sta ik aan de start van de Stevensloop, een thuiswedstrijd waar ik nog niet klaar voor ben. Ik heb de afgelopen drie weken nauwelijks meters gemaakt. Geen tijd, griep, geen zin. Dat laatste is flauwekul, want eenmaal de deur uit is lopen bijna altijd lekker. Zelfs als het regent, juist als het een beetje waait en zeker als je moe bent. Schoenen aan en gaan.

 


Schoenen aan en gaan
ontwerp: Brood & Tulpen   realisatie: eleven59.nl